De jaarlijkse premie in het paritair comité voor bedienden

In het Aanvullend Paritair Comité voor de Bedienden (PC 200) werd op 22 juni 2015 een nationaal akkoord afgesloten dat voor de periode 2015 – 2016 voorziet in een recurrente jaarlijkse premie van 250 euro.

In de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juli 2015 werd één en ander uitgewerkt. Een beknopt overzicht:

Vanaf 1 januari 2016 zijn alle werkgevers die ressorteren onder het paritair comité 200 verplicht om in de maand juni een bijkomende bruto premie, genaamd jaarlijkse premie, van 250 euro te betalen aan hun werknemers.
De werknemer in kwestie dient daarvoor een volledige referteperiode van 12 maanden te hebben doorlopen. Die referteperiode loopt telkens van juni van het vorige kalenderjaar tot en met mei van het kalenderjaar waarin de premie wordt betaald.
Voor de premie van 2016 is de referteperiode juni 2015 tot en met mei 2016.

Het concreet uit te betalen bedrag moet worden berekend in verhouding tot de effectief gepresteerde en gelijkgestelde dagen van de werknemer in de referteperiode.
Met gelijkgestelde dagen worden bedoeld: de dagen effectieve prestaties en schorsingen van de arbeidsovereenkomst waarvoor loon is betaald, alsook de dagen vaderschapsverlof en moederschapsverlof.
Dit geldt ook voor de deeltijdse werknemer, die een jaarlijkse premie zal ontvangen in verhouding tot zijn deeltijdse arbeidsregeling.

Indien een werknemer uit dienst is getreden vóór uitbetaling van de premie, dan moet een pro rata bedrag van de premie worden uitbetaald op het ogenblik van de uitdiensttreding, samen met de normale loonafrekening.

Werkgevers hebben echter ook de mogelijk om een alternatief voordeel aan hun werknemers toe te kennen. Dit kan door een effectieve loonsverhoging, of andere voordelen die gelijkwaardig zijn.
De werkgever die van deze mogelijkheid gebruik wil maken, moet er wel voor zorgen dat de totale loonkost (bruto + patronale RSZ) van het aangeboden alternatief niet meer bedraagt dan die van de premie.
In de mate dat de kost van het toegekende alternatief lager is dan de loonkost van de jaarlijkse premie, zal de werkgever wel het overblijvende saldo onder de vorm van een jaarlijkse premie moeten toekennen.

Maxim Wauters 

Stroobants Buelens advocaten