Een werknemer werd ontslagen om dringende redenen nadat de baas beweerde prints van privé mails ‘gevonden’ te hebben waarin de baas door het slijk werd gehaald. Dat de privé mails als bij wonder op het bureel van de baas beland waren, achtte de Arbeidsrechtbank ongeloofwaardig. Het ontslag om dringende reden werd dan ook als onregelmatig beschouwd en de werknemer werd in het gelijk gesteld.
Privacy is in het digitale tijdperk een steeds gevoeliger wordende topic. Mensen worden ontslagen omwille van tweets of facebookberichten. Sociale media zijn dermate ingeburgerd dat het klassieke ‘onschuldig roddelen aan de koffiemachine’ zich verplaatst heeft naar het ventileren van ongenoegen of frustratie over collega’s, het bedrijf, de baas op allerlei publieke fora. Vaak denken werknemers dat ze beschermd zijn door hun privacy instellingen maar vaak belanden bezwarende berichten toch bij de werkgever.
Maar zelfs wanneer de werknemers zich niet uitlaten op sociale media maar zich beperken tot het versturen van privémails op het werk, kan het fout gaan. Uit een zaak die voorkwam voor de Arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Brugge, blijkt dat ook de mailbox niet helemaal is afgeschermd.
In deze zaak werd een werknemer, de dag nadat ze zwangerschapsverlof aanvroeg, om dringende reden ontslagen nadat de baas, erg handig, mails op zijn bureau vond waarin hij het nogal hard te verduren kreeg. Het betroffen echter privé mails van de betrokken werknemer.
Hoewel de mails de baas inderdaad geen eer aandeden, betroffen het privé mails. Elk individu heeft recht op privacy, ook op de werkvloer. Het is dus ontoelaatbaar om zomaar privé communicatie te lezen, laat staan te gebruiken om een ontslag te rechtvaardigen.
Bovendien zat de timing voor de werkgever niet helemaal mee. Zo dateerde de laatste mail reeds van een maand voor het ontslag om dringende reden, waardoor er geargumenteerd zou kunnen worden dat niet de mails maar de melding van de zwangerschap de echte reden was geweest voor het ontslag.
Voor een ontslag om dringende reden geldt een strikte 3-werkdagen-termijn en deze was in casu dus duidelijk niet bewezen.
Dat de mails door een ‘onbekend persoon’ werden afgedrukt en nadien op miraculeuze wijze het bureau van de baas ‘verschenen’, verdoezelde weliswaar dat de werkgever, naar alle waarschijnlijkheid, doelgericht op zoek was gegaan naar bruikbare mails in de mailbox van de werknemer, maar stelde hem dus voor een bewijsprobleem op het vlak van de tijdigheid van het ontslag.
Het ontslag om dringende reden werd dan ook ongegrond verklaard.
Hoewel de privacy wetgeving werknemers beschermd tegen al te nieuwsgierige werkgevers, is voorkomen beter dan genezen. Stuur met andere woorden geen bezwarende mails. Mondeling je hart luchten of een frustratie ventileren zal veel moeilijker te bewijzen zijn dan wanneer je dit neerschrijft. Bovendien heeft communicatie van op de bedrijfscomputer vaak een gemengd karakter (deels professioneel, deels privé) zodat de privacy grenzen niet altijd even makkelijk te bepalen zijn.
Wie vreest dat de werkgever op zoek is naar redenen voor ontslag, en mogelijk in de mailbox informatie zou kunnen vinden of reeds hebben gevonden, raadpleegt best een advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht om te zien wat de rechten en plichten zijn.
Roy