Vanaf 1 januari 2016 worden er sowieso 4 weken loon van je opzeggingsvergoeding afgetrokken voor outplacementbegeleiding. Weigeren is voortaan dan ook echt uit den boze.
Sinds de Wet op het Eenheidsstatuut is elke werkgever verplicht om een outplacement aanbod te doen aan de werknemer die wordt ontslagen met een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of met een opzeggingsvergoeding gelijk aan minstens 30 weken (werknemers die negen jaar in dienst zijn), behalve ingeval van dringende reden.
De outplacementbegeleiding heeft een waarde van 1/12 van het jaarloon, met een minimum van 1.800 euro tot een maximum van 5.500 euro (de werkgever mag altijd meer geven uiteraard).
De werknemer heeft momenteel de keuze om al dan niet in te gaan op het outplacementaanbod. Doet hij dat, dan wordt de opzeggingsvergoeding verminderd met 4 weken loon. Weigert hij, dan blijft hij recht hebben op zijn volledige opzeggingsvergoeding.
Werknemers kiezen echter nog te vaak voor de 4 weken loon en onderschatten de meerwaarde van een goede outplacementbegeleiding.
Vanaf 1 januari 2016 veranderen de regels dan ook: de opzeggingsvergoeding wordt in elk geval verminderd met 4 weken loon, ongeacht of de werknemer het aanbod aanvaardt of weigert. De werknemer heeft er dus alle belang bij om in te gaan op het outplacementaanbod.
Aan de regel dat bij een opzeggingstermijn de uren outplacement worden aangerekend op de dagen solliticatieverlof, verandert niets.